Aan de bak: Hiba Traifeh

Hiba Traifeh (34) kwam vier jaar geleden uit Syrië naar Nederland. Ze studeerde Economie en stuurde honderden sollicitatiebrieven voor ze een baan als financieel controller bij Achmea vond.

‘Ik heb in Syrië acht jaar als docent Economie gewerkt en was ook vertaler Engels-Arabisch. Toen ik met mijn dochters naar Nederland kwam, was mijn man hier al zes maanden. We hebben eerst anderhalf jaar een intensieve taalcursus gevolgd, dat was de eerste stap om ons leven op te bouwen. Daarna wilde ik werken en geld verdienen. Mijn Syrische universitaire diploma werd hier in Nederland gewaardeerd als een hbo-opleiding. Ik schreef honderden sollicitatiebrieven en maakte een LinkedIn-profiel aan om zo in contact te komen met werkgevers. Helaas werd ik
bijna nooit uitgenodigd voor een gesprek. De eerste maanden vond ik die afwijzingen niet zo erg, daarna ging ik twijfelen. Kon ik dit wel? Wat deed ik fout? Waarom lukte het niet? Moest ik een andere richting kiezen? Ik besloot om dan maar te solliciteren op financieel-administratieve vacatures op mbo-niveau. Ik wilde het blijven proberen.

In 2019 kon ik via de Refugee Talent Hub naar een banenmarkt in Leiden. Daar sprak ik met recruiters en werd ik door een journalist van het FD geïnterviewd. Toen dat stuk in de krant stond, nodigde iemand van Achmea me uit voor een kop koffie. Ze wilden me graag een kans geven en boden me een baan aan als controller. Ik was heel blij, en ben dat nog steeds. Iedereen is er heel aardig, ze geven me de tijd, ook om de vaktaal te leren en alle afkortingen die ik nog niet ken. Ik heb nu een jaarcontract en als alles goed gaat, krijg ik een vast contract. Nu weet ik dat een groot
bedrijf zoals Achmea meer mogelijkheden heeft en eerder een nieuwkomer aan durft te nemen en in hem of haar kan investeren. Voor kleinere bedrijven is dat moeilijker. Ook omdat we in Markelo wonen, een klein dorpje, maakte dat het vinden van werk moeilijker. Veel internationale bedrijven zijn gevestigd in het westen van Nederland.

“In Syrië werk je vooral om geld te verdienen. Hier is de eerste vraag: wat vind je leuk om te doen?

Nederlanders zijn heel direct, ze zeggen “nee” als ze iets niet willen. In de Syrische cultuur is dat moeilijker, we willen de ander niet kwetsen en zeggen daarom vaak “ja”, ook als we iets niet willen. Dat kostte mij daar best veel energie; maar in Nederland vind ik het makkelijker om nee te zeggen omdat het hier normaal is. Ook draait werken in Syrië vooral om geld verdienen. Pas als je dat genoeg hebt, kun je doen wat je leuk vindt. In Nederland is de eerste vraag vaak: wat vind je leuk? Dat vind ik mooi. We zijn heel gelukkig in Markelo, iedereen is aardig en kent elkaar. Mijn dochters zitten op school en zijn helemaal gewend, zij denken al in het Nederlands. We werken hard om alles wat we in Syrië hebben verloren weer terug te krijgen.’

Tekst: Miloe van Beek & Annemieke van der Pol Beeld: Janneke Aronson