Aan de bak: Hilal Moursel

Hilal Moursel (38) vluchtte in 2015 met zijn vrouw van Syrië naar Nederland. Hij werkte daar als agrarisch adviseur en is nu consulent bedrijfsdienstverlening statushouders bij WerkBedrijf Rijk van Nijmegen.

‘Ik heb me tijdens mijn studie in Syrië gespecialiseerd in koeien. Daardoor kende ik Nederland, de zwartbonte Fries-Nederlandse koeien staan in Syrië bekend als koninginnen onder de koeien. Ik wilde graag in Nederland studeren en werken, het leek me een mooi land. Na een vlucht van ongeveer twaalf dagen via Turkije en Griekenland kwam ik terecht in een asielzoekerscentrum in Venlo. Daar ben ik meteen de taal gaan leren en vrijwilligerswerk gaan doen: ik werd voetbaltrainer en hielp mee met de carnavalsvoorbereidingen. Ook zette ik me in voor Unicef en Save the Children en help ik andere nieuwkomers met bijvoorbeeld het invullen van formulieren. Zo leerde ik sneller en beter de Nederlandse taal, dat kan niet alleen uit de boeken. Ik ging ook naar school, eerst naar het vwo, daarna had ik Nederlandse taallessen aan de Avans Hogeschool en sinds kort studeer ik deeltijd Bedrijfskunde aan de HAN Hogeschool.

Het was heel moeilijk om betaald werk te vinden. Ik woon nu drie jaar in Den Bosch en via mijn netwerk vond ik eerst een stageplaats in Oss, bij Agrifirm, actief in de veehouderij en landbouwsector. Andere mensen hebben mij geholpen met het schrijven van brieven en het opstellen van mijn cv. Voor mij was het moeilijk om te weten wat ik in Nederland mag doen en zeggen tijdens een sollicitatie. In Syrië moet je het juiste antwoord geven, in Nederland is humor belangrijk. Ook moet je hier echt op tijd komen, in Syrië mag je best vijf of tien minuten te laat zijn. Ik wist ook niet wat ik aan moest trekken. In mijn cultuur zien mensen er altijd netjes uit, in Nederland is dat vooral bij de eerste kennismaking belangrijk.

‘In de Arabische cultuur doe je wat je vader je adviseert’

Ik moest ook leren hoe ik mijn ambities moest formuleren, wie ik ben en wat ik kan. In de Arabische cultuur doe je wat je vader je adviseert. Mijn vader had een boerderij, dus ging ik een agrarische studie volgen. Als je een eigen bedrijf wilt beginnen, is dat in Syrië een teken van daadkracht, maar toen ik dat hier tijdens een sollicitatie zei, vond die werkgever dat niet zo leuk. ‘Wil je niet bij ons blijven werken?’ vroeg hij. Ik moest ook wennen aan alle vergaderingen en papieren in Nederland. In Syrië worden beslissingen sneller genomen en wordt er minder vergaderd. Wel kiezen we onze woorden zorgvuldiger; Nederlanders zijn erg direct, kort en krachtig. Daar schrok ik soms van. Tijdens mijn stage zei een collega: “Je doet het fout.” Ik antwoordde hem dat mijn stage toch bedoeld was om te leren.

Ik heb in Nederland ontdekt dat ik vooral houd van management en reizen. Daar wil ik graag verder mee. Nieuwkomers hebben vaak veel talenten en vaardigheden, maar doordat ze de taal niet goed spreken worden ze vaak
ingezet voor makkelijk werk. Ze kunnen meer dan de meeste werkgevers denken.’