Aan de bak: Asrat Tafere Habtezghi

Asrat Tafere Habtezghi (31) was in Eritrea vrachtwagenchauffeur. Hij vluchtte in 2015 naar Nederland.

‘Ik wilde vanaf de eerste dag in Nederland meedoen. Daarom ben ik meteen vrijwilligerswerk gaan doen, onder andere als tolk bij VluchtelingenWerk. In Eritrea had ik wel eens gehoord over Rotterdam en ik kende een Nederlandse voetballer. Toen ik moest vluchten, kwam ik terecht in Libië. Van vrienden hoorde ik dat Nederland veilig was. Via Zaandam en Oude Pekela kwam ik terecht in Rotterdam. Op het Centraal Station vroeg ik een buschauffeur van de RET welke route ik moest nemen naar mijn huis. Hij liet het me op Google Maps zien, schreef op welke tram ik moest nemen en waar ik uit moest stappen. Hij was zo aardig dat ik me afvroeg of ik ook zo’n buschauffeur kon worden.

Anderhalf jaar later vertelde ik dat aan mijn leraar Nederlands en samen vonden we een vacature. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek en moest een capaciteitentest doen: rekenen, Nederlands en logisch denken. Van de acht sollicitanten waren er zes geslaagd, waaronder ik. Nadat ik mijn Nederlandse rijbewijs had gehaald, ging ik door naar een psychologische test. Het rollenspel ging mis omdat ik de taal nog niet genoeg sprak. “Je bent net te vroeg”, zei de mevrouw die het begeleidde. “Haal je staatsexamen 2 en probeer het over een jaar opnieuw. Dan gaat het vast lukken.”

Ik was heel teleurgesteld, maar gaf niet op. Ik wilde geen uitkering, en kon aan de slag als boodschappenbezorger bij Albert Heijn. Zo leerde ik de mensen en het verkeer beter kennen. De mevrouw van het uitzendbureau zei eerst dat ik de taal niet goed genoeg sprak. Daar werd ik een beetje boos om. ‘Ik kan u verstaan, u kan mij verstaan’, zei ik. ‘Geef mij een kans.’ Dat deed ze. Ik ben ook veel Nederlandse boeken gaan lezen en na een jaar heb ik de RET weer gebeld. Ik was welkom, maar moest de hele selectie opnieuw doen. Daar was ik het niet mee eens, ik vond dat alleen mijn taalvaardigheid opnieuw moest worden getest. Ze gingen akkoord, en ik kreeg de baan. Tijdens de speciale opleiding ging ik vier dagen werken en een dag naar school. Ik haalde er mijn groot rijbewijs. Elke dag stond ik
om zes uur op. Ik was de enige statushouder in de groep en haalde alle examens in een keer. Ik was trots op mezelf.

‘Ik geef nooit op en vertel wat ik vind. Dat kan in Nederland’

Nu rijd ik zelfstandig in een bus. Ik geef nooit op en vertel wat ik vind. Dat kan in Nederland, in Eritrea word je dan gezien als arrogant. Veel nieuwkomers willen hard werken, maar de taal en de cultuurverschillen maken het soms moeilijk. Als je in Eritrea wilt werken, loop je ergens naar binnen. Zeker als je familie bent van de baas, kun je meteen aan de slag. In Nederland moet je een cv maken en nadenken over je sterke en zwakke punten. Werkgevers mogen best wat meer vertrouwen hebben en nieuwkomers bijvoorbeeld aannemen met een proeftijd.’

Tekst: Miloe van Beek & Annemieke van der Pol Beeld: Janneke Aronson