Het perspectief van een Syrische vluchteling

Frisse blikken kunnen onze organisatie en onze gewoontes in een ander perspectief zetten. De Syrische Diana Al Jundi werkt samen met 14 andere statushouders in een programma voor hoogopgeleide vluchtelingtalenten bij Rijkswaterstaat. Over een ander perspectief gesproken...

De 27-jarige Diana had een heel normaal, gelukkig leven in de Syrische hoofdstad Damascus. Ze studeerde civil engineering aan de universiteit en was veel met vrienden op pad in de culturele kosmopol. Toen brak de oorlog uit. Per dag sloegen 2 à 3 bommen op de stad in. Ze moest zich lange tijd thuis verschuilen. Ook daar was het niet veilig, maar de straat op was absoluut geen optie. Tot ze met haar moeder en broers wegvluchtte. Ze vloog naar Turkije, maakte met een bootje de overtocht naar Griekenland en vond na de barre reis uiteindelijk in 2015 haar veilige haven in Nederland. De angst en onzekerheid liet ze niet achter in Syrië, 1 van haar broers en zijn gezin konden namelijk niet mee. ‘We zijn heel bang voor wat er met hen kan gebeuren.’

Veerkrachtig

Het eerste jaar woonde Diana in een grimmig asielzoekerscentrum. Daar voelde ze zich verloren. Ze was gelukkig veilig, maar alles stond op zijn kop. De meeste banden met haar oude leven verbroken, in een nieuwe cultuur met nieuwe mensen, een nieuwe taal en nieuwe regels. Maar ze veerde terug. ‘Ik heb het makkelijk. Waarschijnlijk makkelijker dan anderen. Ik ben heel sociaal aangelegd. Ik hou van mensen en maak graag nieuwe contacten. Ik respecteer andere culturen en ik kan me daar ook zonder moeite aan aanpassen.’

In het asielzoekerscentrum begon Diana al snel met het leren van de Nederlandse taal en toen ze een jaar later met haar moeder een woonruimte toegewezen kreeg in Amsterdam, kon ze de taal verder leren aan de Vrije Universiteit. ‘Ik vind het belangrijk dat ik de cultuur en taal ken.’

Vluchtelingtalentenprogramma

Vorig jaar kwam ze na een selectie in aanmerking voor het leer- en werkervaringsprogramma ‘Vluchtelingtalenten’. Zij en 13 andere hoogopgeleide statushouders startten bij Rijkswaterstaat om tenminste een half jaar werkervaring op te doen in hun vakgebied. In de introductiemaand gingen ze op meerdere werklocaties langs en volgden ze trainingen in persoonlijke ontwikkeling, interculturele communicatie en taal. Ze leerden over de geschiedenis van Rijkswaterstaat, hoe de organisatie werkt, de ongeschreven regels en de geldende normen en waarden.

Niet volgen maar denken

Hoewel de dingen die Diana bij Rijkswaterstaat opvallen ogenschijnlijk klein zijn, liggen er grote cultuurverschillen aan ten grondslag. Een manager sprak je in Syrië bijvoorbeeld uit respect aan met het woord ‘manager’. Zomaar de voornaam gebruiken, was er niet bij. ‘Daar moest ik echt aan wennen en het voelt nog steeds niet helemaal goed voor mij.’ Wat daarmee samenhangt en waar Diana groot fan van is, is dat een ondergeschikte hier ook gewoon zijn mening mag geven. ‘Hier wordt zelfs verwacht dat je niet zomaar de instructies van je leidinggevende volgt, maar zelf nadenkt en je mond opendoet als je denkt dat iets op een andere manier beter kan. Heel goed vind ik dat.’

Onzekerheid

Diana had zich in Syrië gespecialiseerd in irrigatie en drainage. Rijkswaterstaat is voor haar dan ook eigenlijk een droomwerkgever. ‘Ik werk 3 dagen per week in Lelystad en 2 dagen per week in Westraven. Ik ben nu op de plek waar ik wil zijn. Wat ik wel moeilijk vind, is de onzekerheid. Doe ik het goed genoeg om hierna in aanmerking te komen voor een echte baan bij Rijkswaterstaat? Of ben ik straks terug bij af? Dat kost best veel energie.’ Bescheiden als ze is, rept ze met geen woord over de complimenten die ze krijgt over de enorme stappen in haar ontwikkeling die ze in een paar maanden tijd al heeft gezet. ‘Ik probeer me gewoon te bewijzen. Ik wil hier dolgraag blijven.’

Benieuwd naar het Vluchtelingtalentenprogramma?