Aan de bak: Mohammad Al Huneidi

Mohammad Al Huneidi (38) is vrijwilliger bij de Nederlandse politie. Voor de ambitieuze top-rechercheur uit Syrië is het een voorzichtige eerste stap op weg naar zijn doel: een betaalde baan bij de politie. ‘Na het afronden van mijn studie Rechten werd ik de jongste rechercheur van Syrië. Ik stond aan het hoofd van de afdeling Zware Criminaliteit in de stad Hama, waar ik leidinggaf aan een team van driehonderd politieagenten. Moordzaken, georganiseerde misdaad, lange dagen en doorwaakte nachten op het politiebureau: ondanks de druk en het gevaar, genoot ik van mijn vak. Ik was er goed in.

Maar na het uitbreken van de oorlog, bleek ik door mijn politie-achtergrond een doelwit voor IS. Ik besloot te vluchten en kwam in Nederland terecht. In het AZC merkte ik dat ook hier mijn achtergrond op speelde: ik werd extra gescreend door de IND. Ik moest steeds opnieuw mijn verhaal doen.

Dankzij twee vrijwilligers van VluchtelingenWerk kon ik tot rust komen. Zij namen me in huis en dankzij hen kreeg ik weer hoop. Toen ik uiteindelijk mijn verblijfsvergunning kreeg, ben ik direct een toekomstplan uit te stippelen: eerst goed Nederlands leren, dan mijn rijbewijs halen, daarna een baan bij de politie.

Via via kwam ik in contact met het landelijk hoofdbureau van de politie. Ik kon op gesprek komen en er was interesse, maar al snel werd duidelijk dat ik eerst de Nederlandse nationaliteit moet hebben voordat ik naar de Politieacademie mag. Bij hoge uitzondering mocht ik wel alvast als politievrijwilliger aan de slag in Den Haag, waar ik me na mijn officiële beëdiging bezighoud met burenbemiddeling. De komende tijd verwacht ik te naturaliseren en Nederlander te worden, maar het wachten duurt lang. Ik wil graag mijn droom achterna, maar het antwoord ligt nu bij de politie. Van nature ben ik een doorzetter en een optimist, maar toch word ik soms moedeloos van het wachten. Op die momenten kijk ik bewust even terug: waar was ik in 2019 en waar zal ik zijn in 2020? Mijn situatie is al erg verbeterd en daar ben ik trots op. Toch maak ik ook alternatieve plannen, voor als de politie onverhoopt toch niet lukt. Zo heb ik onlangs mijn cv opgestuurd naar de Marechaussee en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

‘Ik werkte twintig jaar bij de politie, dáár ligt mijn kracht’

Om mijn taalniveau en kansen op de arbeidsmarkt verder te verbeteren, volg ik cursussen. Ik nam deel aan de VIP-training van VluchtelingenWerk, een arbeidsparticipatietraject. Ondertussen voel ik de druk van de gemeente. Het klopt dat ik kan werken, ik wil ook niets liever, maar toch vind ik het niet logisch om mijn toekomst te zoeken in een baan in de schoonmaak. Ik werkte twintig jaar bij de politie, dáár ligt mijn kracht. Ik kan altijd nog in de beveiliging terecht, mijn plan C, maar ik hoop dat ik mijn ambities hier mag waarmaken. In Nederland kreeg ik de kans op een nieuw leven, nu wil ik ook graag een kans op werk. Mijn droom is niet zo groot.’