Ik werk dus ik besta

Een goede gezondheid en een dak boven je hoofd: dát zijn de elementaire zaken in het leven. Maar onderschat ook het hebben van een betaalde baan niet. Werk dat ons uitdaagt en onder de mensen brengt maakt ons zelfs gelukkig, zo blijkt uit onderzoek.

Vraag mensen wat ze zoal doen en ze zullen je niet vertellen dat ze elke zondag op het voetbalveld staan of zulke goede verjaardagstaarten kunnen bakken. Ze zullen zeggen dat ze ondernemer/ docent/advocaat/elk ander beroep zijn. En als het tegenzit vertellen ze er onstuitbare verhalen over professionele successen achteraan. Blijkbaar identificeren we ons met ons werk. Wat we doen is wie we zijn: ik werk dus ik besta. Toch, zeggen we als we er in enquêtes naar worden gevraagd, heeft ons werk niet onze eerste prioriteit. Het komt op de vierde plaats, na gezin, vrienden en vrije tijd. ‘Werk is leuk, maar zeker niet het belangrijkste in mijn leven’, gaf 49 procent van de ruim duizend ondervraagde werkenden onomwonden toe in een enquête van Motivaction uit 2017. Voor slechts 2 procent is werk hun leven. De rest noemt het een belangrijk onderdeel (23 procent) of noodzaak (19 procent). Dat onderscheidt Nederlanders van met name Zuid- en Oost-Europeanen voor wie werk veel hoger op het prioriteitenlijstje staat. Maar dat anderen betaald werk nóg belangrijker vinden of dat wij ons gezins- en sociale leven meer waarderen, betekent niet dat het geen prominente rol in ons leven speelt. Hoe prominent blijkt pas als je je baan verliest.

‘In onze maatschappij voelt werkloosheid als falen’


Lust of last?
‘Hoewel niet iedereen elke dag fluitend en tot in de puntjes bevlogen naar zijn werk gaat, is werken voor de meeste mensen een lust. Tenzij ze duf of zwaar werk moeten doen. Dan wordt het een last.’ Rudi Wielers is hoofddocent Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker op het terrein van arbeid. Ook met voldoende geld zou een meerderheid blijven doorwerken, weet hij. Werk biedt zoveel voordelen dat we de eventuele nadelen voor lief nemen. Een maandelijks bedrag op hun rekening uiteraard, maar dat vinden Nederlanders niet eens het grootste pluspunt. Vanaf de jaren tachtig zijn wij steeds meer belang gaan hechten aan beloningen van een ‘hogere’ orde. Bijna iedereen wil inhoudelijk interessant werk (98 procent) waarin je je kunt ontwikkelen (88 procent), liefst in gezelschap van prettige collega’s (97 procent). Dat je daar dan ook nog voor wordt betaald, is een prettige bijkomstigheid. Natuurlijk zijn dat salaris en andere extrinsieke aspecten van werk als fijne werktijden en zekerheid niet te versmaden, maar die komen grosso modo pas na alle inhoudelijke baten. Status, zelfvertrouwen, erkenning, waardering, stabiliteit, ritme, stof om over te praten, uitdaging; de lijst is bijna onuitputtelijk. Het geeft het leven zin, vatte de minister van Financiën in 2014 in een brief aan de Tweede Kamer samen: ‘Werken is een van de vanzelfsprekende manieren om mee te doen in de samenleving.’ Vrij vertaald: ik werk dus ik tel mee. Is het mantra ‘ik werk dus ik besta’ aantoonbaar niet waar; het idee niet mee te tellen zorgt voor heel wat werklozenleed.

Lees de rest van het artikel via www.ikwerkdusikben.nl/magazine

Tekst Anne Elzinga

Beeld Autobahn