Joline Heusinkveld
‘Als werkgever moet je je bewust zijn van onbewuste vooroordelen op de werkvloer’

Geen enkele vluchteling wil als goed doel gezien worden

Zina Agovic (Vice President Human Resources bij Signify) is met ingang van 1 maart aangetreden als bestuurslid bij de Refugee Talent Hub. Wie is Zina? Wat drijft haar in haar werk? En wat hoopt zij te kunnen betekenen in haar nieuwe rol? Wij vroegen haar het hemd van het lijf.

Waar krijg jij energie van in je werk?

“Vanuit de inkoopafdeling bij Philips Medical Systems kwam ik jaren geleden terecht op het hoofdkantoor van Philips Lighting [nu Signify] voor een tijdelijke klus als HR directeur. Een klus die ik zou klaren en daarna zou ik weer teruggaan naar inkoop. Ik vond HR zo veelzijdig en boeiend dat ik nooit meer ben weggegaan. Nu ben ik vanuit HR verantwoordelijk voor innovatie, waar de Willy Wortels van het bedrijf werken, en conventionele verlichting. Met een achtergrond als technisch bedrijfskundige gaat ook mijn bedrijfskundige hart hier sneller van kloppen. Ik krijg veel energie van de mensen met wie ik werk. Van een diepgaand gesprek kan ik ontzettend opleven. Mensen zijn leuk en mooi, verschillend en verrijkend. Ik ben er volledig van overtuigd dat ieder van ons iets goeds wil doen in zijn of haar werk en ben dan ook altijd op zoek naar hoe we elkaar kunnen versterken en tot de oplossing van een probleem kunnen komen. Meningsverschillen en andere invalshoeken zijn hierin heel belangrijk. Ik ben bang voor een situatie waarin iedereen hetzelfde denkt.”

Waarom ga je als bestuurslid bij de Refugee Talent Hub aan de slag?

“Voor mij voelt dit als iets wat ik moet doen. Ik kom oorspronkelijk uit Bosnië. In 1992 zijn mijn ouders, broer en ik naar Nederland gevlucht vanwege de oorlog in voormalig Joegoslavië. Wij hadden een fijn leven in Bosnië en mijn ouders hadden goede banen. Van de ene op de andere dag stopte dit. Het enige wat op dat moment telde was: leven we nog en zijn we gezond?” “Vanuit verschillende asielzoekerscentra zijn wij uiteindelijk in Geleen in Limburg beland. Omdat ik op dat moment net achttien was, en dus meerderjarig, hebben mijn broer en ik moeten praten als Brugman om naar school te kunnen gaan. Ook voor mijn ouders was het moeilijk een nieuwe start te maken. Een vrijwilliger van Vluchtelingenwerk, Harry van Ool, en zijn familie werden ons vangnet. Zij kwamen met een soort Marshallplan voor mij en mijn broer. Dankzij hen konden we uiteindelijk instromen op een middelbare school en zij regelden boeken en bijles. Maar die eerste tijd was niet makkelijk. Van een uitmuntende student haalde ik nu met moeite een vijf. Alleen voor wiskunde haalde ik hoge cijfers want daar hoefde je geen Nederlands voor te kennen.”

“Het heeft uiteindelijk ontzettend veel doorzettingsvermogen gekost, maar ik wilde mijn school afmaken, studeren en een carrière beginnen. Opgeven was gewoonweg geen optie. Mijn carrière staat er nu en ik heb mijn man hier ontmoet en mijn kinderen gekregen. Het voelt als mijn plicht en het geeft voldoening om iets terug te doen voor mensen die in een vergelijkbare situatie zitten als waar ik ooit in zat.”

Wat is volgens jou de rol van de werkgever als het op werk en vluchtelingen aankomt?

“Onbekend maakt onbemind, maar openstaan voor verschillen is juist heel belangrijk. Vluchtelingen hebben vaak een volwaardig leven achter de rug, komen hier en willen bijdragen. Daarvoor willen ze erkenning. Geen enkele vluchteling wil als goed doel gezien worden. Als werkgever moet je je bewust zijn van onbewuste vooroordelen op de werkvloer en naar de competenties van een persoon kijken. Het is belangrijk om in te zien dat mensen met een andere achtergrond iets bij te dragen hebben en een verrijking kunnen zijn voor je bedrijf. Daarnaast is de loyaliteit naar een bedrijf toe en de motivatie om hard te werken van vluchtelingen vaak enorm. De meeste vluchtelingen ervaren werk namelijk als een doorstart van het leven na een resetknop te hebben ingedrukt. Daar kun je als bedrijf veel aan hebben.”

Toch komen de CV’s van vluchtelingen vaak niet door een eerste selectieronde heen. Hoe los je dat op?

“Er zijn bedrijven die diversiteit omarmen en het onderdeel maken van hun DNA. Hier blijven deze CV’s niet liggen. Er zijn ook bedrijven die dat niet doen. Je kunt je afvragen welke toekomst zij hebben. Samenlevingen veranderen. Er zijn op dit moment zo’n 80 miljoen vluchtelingen wereldwijd. Zij vormen een nieuwe maatschappij en dus de nieuwe potentiële klantenkring van je bedrijf. Deze klanten wil je aan kunnen spreken. Als jij je medewerkerspopulatie niet hebt ingericht op een manier dat zij je klanten kunnen begrijpen, moet je je afvragen of je dit wel goed hebt doordacht. Oftewel, zijn je medewerkers een afspiegeling van je klanten? Zo niet, doe daar wat aan.” “Toch kan opleggen van diversiteit ook averechts uitpakken. Als je gedwongen wordt mensen aan te nemen die je niet wilt aannemen, wordt het bedrijfsklimaat er niet beter op. Inclusie is heel belangrijk. Er zullen altijd bedrijven zijn die een bepaalde cultuur nastreven die niet divers is. Hun goed recht. Het is echter wel bewezen dat een diverse werkpopulatie leidt tot hogere winsten en meer klanten. Als je wilt groeien als bedrijf zou ik hier dus wel bij stilstaan.”

Zouden jouw ouders indertijd baat hebben gehad bij een organisatie als de Refugee Talent Hub?

“Absoluut. Begrijp me niet verkeerd, mijn vader heeft hier uiteindelijk een prima baan gekregen via het Melkertbanen initiatief, maar bij lange na niet op zijn niveau. Ook bij mijn moeder werden haar diploma’s als verpleegkundige en kennis niet erkend. Dat is ontzettend jammer want het gaat om talent dat onbenut werd. Een organisatie als de Refugee Talent Hub had daar veel in kunnen betekenen. Toch moet je dingen in perspectief zien en ik denk dat het bewustzijn rondom vluchtelingen en hun potentie nu groter is dan toen.”

“De rol van bestuurslid bij de Refugee Talent Hub past goed bij mij en bij wat ik wil teruggeven aan de maatschappij. Ik kijk er dan ook heel erg naar uit mijn eigen ervaring en netwerk in te zetten om de organisatie verder te laten groeien en iets terug te doen voor de mensen met dezelfde ervaring als ik. Je kan beter een hand uitreiken en iemand vooruithelpen dan dat je ernaast blijft zitten en niets doet.”